Ergens zo maar zijn,
In ’t nachtelijke dwalen,
Mijn longen die lucht halen,
Legen van mijn brein.
Waar ik achter bleef,
Omdat ik ben,
Spiegelend in een ven,
In mijn vermoeide ogen wreef.
Opkeek naar …
Ja, naar wat?
Naar iets van daar
Hier in een gat.
Het zo zwarte noir
En het lichte bad.
SjBK, 26 februari 2024
Geef een reactie