Boven ons zweeft een vogel in zijn vlucht,
We praten zacht, de woorden vliegen vrij,
Omringd door de wind die briesjes zucht,
Als vlinders die dansen op de bloemen in de wei.

Het dauw nog niet vertrapt,
In stil moment in ochtendgloren,
Worden smeuïge verhalen getapt
En wordt de zon opnieuw geboren.

We grazen waardig kalm in het land,
Kijken vol met vredige gedachten,
Hoe de hemel ontbrandt,
En wij naar voorbijgangers lachten.

Wij als stille getuige van je jeugd,
Puur eenvoudige charmerende vreugd.


SjBK, 25 september 2024