In de nacht, stil en donker, breekt de lucht,
met een dreunende donder, een onheilspellende zucht.
Flitsen van licht door de hemel, fel en snel,
de duisternis verbrokkelt, in een vlammend spel.
Onweer raast, de wereld in zijn greep,
elke donkerklap, een echo verdiept versleept.
Maar langzaam, met de ochtend komt de rust,
de storm verdwijnt, het rumoer wordt gesust.
De eerste stralen van de zon breken door,
van bliksem en schichten geen enkel spoor.
Heeft de nacht zijn geheim aan de dag gegeven,
in ochtendgloren, ontwaakt nieuw leven.
SjBK, 23 juli 2025
Geef een reactie