Als in een cel

De hemel verzuchtend grijs,
Vallen tranen, zacht en wijs,
Al zingend in een taal zo puur,
Melodie van een nat avontuur.

Druppels dansen in een poel,
Cirkel na cirkel, strak gewoel,
Vallen zij als een stille kus,
Op het water, voor pampus.

Elke kring, een stille groet,
Verzonden door de regenvloed,
Een eindeloos gesprek, zo teer,
Tussen aarde en het hemelmeer.

Ze fluisteren verhalen zacht,
Van oude tijden en de nacht,
Waarin dromen vrijuit zweven,
In het water, vol van leven.

De druppels vinden hun weg,
In rivieren en op een zachte heg,
Een reis van dauw tot zee,
Een dans, een oneindige wee.

En wij, we kijken stil en klein,
Naar deze regen, het watergordijn,
Bewondering voor het eeuwige spel
Van druppels als cirkels in een cel.

SjBK, 29 mei 2024