Zo stil kabbelend rollen de golven op het strand
Ziltig verfrissend ruikend
Over mijn voeten verkoelend
Amper schuimend
In deze heerlijke rust en ruisende stilte
Kijk ik naar de horizon
Voel ik een briesje over mijn haren strijken.
Als dan de wolken verschijnen
Een wind op steekt
Boten hevig deinen
Rotsen de golven breken
Schuimend as
Kolkend water
Gezandstraald worden
Bij windkracht tien.
Als de getijdekrachten van zon en maan
Elkaar maximaal versterken.
Springtij zich bemoeit met eb en vloed
Of het nu zacht en kabbelend is
Of brute kracht en woest
Met een stormvloed
Zee is als het leven
Soms zo rustig kabbelend
Of woest en hartverscheurend
Maar heel vaak, zo
Tussen de twee uitersten in.
En de rots, die alles krijgt te verduren
Plaveit het water in vele jaren
Zijn trotse ruwheid
In gladde structuren.
SjBK, 3 april 2021