Wanneer zijn blad’ren wiegen op de wind,
Fluistert hij verhalen aan een kind.
In de lente een bloesem getooide dracht,
Die schijnen als witte kaarsjes in de nacht.

Zit ik in zijn schaduw stil te zijn,
Zijn geuren te snuiven puur en rein,
De zomer komt al aan,
Laat hij al enkele kastanjes gaan.

 

 

Loslaten is geen kunst
Eerder een grote gunst,
Ruimte om te groeien,
De ander te laten bloeien.

SjBK, 11 juni 2024