Anna
Alleen de stilte kent jouw naam,
zacht fluistert zij: “Anna”.
De lucht draagt sporen van jouw lach,
vervlogen, maar niet verloren.
Nu zoeken wij je elke dag,
in de zon die breekt door takken,
in de wind die langs onze huid herinnert,
aan wat ooit was, en niet vermindert.
Neem je stoel, je stem, je kleine gebaren,
ze rusten nu in het onzichtbare.
Maar liefde, die sterft niet mee,
ze ademt stil, door ons heen.
Als de nacht te zwaar nog weegt
Dan weten wij
Er is een plek in ons
Waar jij nog leeft.
Hermine
Hoe de dagen dragen met jouw gemis,
zoals bomen de winter dragen.
En zwijgend, krom maar voor herinnering,
aan wat ooit bloeide in hun takken.
Roepend zingt zij wat voorbij moest gaan
maar blijft, omdat je liefde bracht.
Morgen een tijd beweegt, maar jij blijft staan,
waar jij ooit lachte, even bleef.
In het leven gaat, maar elk moment,
herhaalt de leegte die jij schreef.
Nam die leegte, koud en stil,
ontstaat iets warms, iets kleins, iets echts,
Enkel pijn vertelt ons elke dag,
hoe diep jij in nog in onze harten ligt.
Tine
Tipt de lucht met gouden rust,
het licht valt zacht als ademlucht.
De wereld dooft haar zomergloed,
maar in jouw blik brandt het goed.
Ibbel loop je door vallend blad,
de aarde ruikt naar wat ooit was.
Je handen vangen wat vergaat,
en maken er iets eindigs van vast.
Nu de wind verteld van loslaten,
van schoonheid in het verval
En jij, jij glimlacht stil daarbij,
alsof je weet zo gaat het al.
Erbarme, herfst is niet het einde, bewaar
het is de herinnering die leeft.
Zoals jij, in elk gebaar,
de warmte van voorbij beeft
Sjoukje
Slaan de dagen als bladeren neer,
stil en traag, één voor één.
Jouw zon schuift langer langs de lucht,
en zoekt schaduw in een steen.
Ook de wereld kleurt naar jou,
Warm, zacht en heel moe.
Uren lopen door lanen vol verleden,
de wind vlecht fluisteringen mee.
Kan wat verdween, maar niet vergeten,
want liefde sterft niet met de zee.
Juist nu, herfst, lijkt jouw spiegelbeeld,
verstild, maar vol van licht en gloed.
En het stille weten,
dat loslaten ook troosten doet.
Wijma
Weet dat de stilte je naam bewaart,
zoals de zee het licht bewaart.
Elke golf die breekt aan land,
Fluistert zacht, jij blijft bestaan.
IJdele Anna, jouw stem is niet meer hier,
maar leeft nog door in ons verhaal.
In kleine dingen, elke dag
een blik, een geur, een zonnestraal.
Meebewegend met tijd, maar jij blijft dicht,
in schaduw, wind en morgenlicht.
Want herinnering en liefde kennen geen einde
zij reist voorbij, wat wij niet zien.
Als de avond langzaam daalt,
en woorden breken in verdriet,
dan weten wij, met stille kracht,
jij ging niet weg – je bent vervlied.
SjBK, 15 oktober 2025
Geef een reactie