Hij komt in woeste stormachtige golven.
En gaat vertraagd sluipenderwijs.
Mij, verscheurt in scherven achter latend.
Boven de wolken zwevend, grijp ik naar de sterren.
Gevallen in het blinde donker sta ik verstild te schreeuwen.
Sta ik in het midden van ergens,
in het zanderige zand verspoeld achter gelaten,
verstild te schreeuwen.
Ik schreeuwde geruisloos in de nacht.
Een hart vol van pijn,
niemand die het hoorde kloppen.
Vallende sneeuw die mij traag sluipenderwijs bedekt
Als een warme deken
De wind die mijn geluidloze schreeuw
Het universum in slingert.
Weergaloos staar ik te luisteren
In het donkerste van het donkere donker
Verdoofd te wachten op jou.
Maar als dan de regendruppels vallen
Zo gewetenloos op het groen
En de dageraad is aangebroken
Hoef ik niet te blijven
Maar geef mijn nog een moment.
Een moment om mijn scherven te plakken
Mijn schreeuw hoorbaar te maken.
Een moment van dankbaarheid,
en een moment van liefde
te tonen
Mijn licht te laten stralen.
SjBK, 18 november 2021