In de ochtendschemering,
nog koud en vochtig van de nacht,
de geur van gekapt hout,
dringt binnen als verwarmend vuur.
Een waterig zonnetje stijgt op,
wolkendeken vergrijst in wit
geur van dennentakken,
dringen binnen als geslagen water.
Een vogel zingt zijn lied,
al is het nog vroeg,
geurend van het pikkend zaad,
dringt de grond op vleugels binnen.
Als een blad van een boom gerukt,
zwevend door de lucht,
in herfstkleuren getooid,
vallen de sterren als scherven uit de hemel.
SjBK, 25 december 2022
Geef een reactie