Onder wolken, zwaar van tijd,
zit een kikker stil, verblijd.
Geen schuilplaats zoekt hij voor het nat,
alsof hij thuis is waar hij zat.


De regen valt als eeuwen neer,
elk druppel draag een oud verhaal,
van wat verdween, van wie we waren,
een fluistering, een stil kabaal.


Zijn ogen groot, als spiegels blinkend,
zien meer dan wij met haastig hart.
Hij leeft in nu, niet in verlangen,
kent geen begin, vreest geen depart.


Een plas wordt meer dan watergrond,
een wereld, vol van schaduwlicht.
De kikker zwemt .. geen doel,
geen eind…, alleen bestaan.

Alleen gewicht.
En wie dan kijkt, maar echt, met rust,
ziet in die kikker iets van licht.
Een wezen dat niet vluchten wil,
dat leeft, terwijl de regen zwicht.



SjBK, 19 oktober 2025