De weg zo immer benauwd en lang
Struikelend over stenen en puin
Luisterend naar het hoge gezang
Blazend van vertier op een Bazuin

Varende op golven van goede luim
Leven een soort van boemerang
Herten die scheren over het duin
Horten en botsend op de fietsstang

Bomen in een storm zo bang
Rent de zo mooie witte ruin
Door de weide zijn eigen gang
Staart met een tipje zwarte pluim

Op de top van de berg gekomen
Terug te keren naar het dal
Tranen van vreugd laten stromen
Maar, waar ben jij als ik val?

SjBK, 2 maart 2024