De sneeuw laat zich vallen
Van de takken van de bomen
Vanuit de lucht dwarrelen
Als donsveertjes van een vogel
Voor het raam, het zieke kind
Een oude moeder, een jongeman
Kijkend naar die vlokken
En ’t horen ploffen van de sneeuw
Ergens een bankje bij een boom
Verlaten, bedekt met een beetje wit

Nog steeds dansende vlokken
Sneeuw en tintelende vingers
Hoor ze fluisterend dwarrelen
Nog ongeschonden witte deken
Betoverend innig verlangen
Eenzaam geïsoleerd van binnen
Was jij maar hier.

SjBK, 8 februari 2021