In ’t donker van de nacht,
een stil briesende vlaag,
het hart dat hevig smacht,
dat trager kloppend slaat.
Met een flard van pijn,
diep de wonde openrijt.
In ‘t gestage verdriet,
van ouder wordende jeugd,
stil gemummeld lied,
Het lawaai van de vreugd.
Wordt geschiedenis geschreven,
met een eindeloos verloop.
De traagheid van de tijd,
stil, zacht en niet verried
leven dat eeuwig verglijdt,
vanuit de sterren beziet,
in herinnering vervlochten,
tot tederheid gedoopt.
Maar als de zon weer rijst,
een licht, een flard van hoop,
naar een nieuwe dag verwijst,
begrensd door zijn scope,
het gewonde dan verzacht,
Als jij zo maagdelijk lacht.
SjBK, 1 maart 2024
Geef een reactie